West-Australië roadtrip: Perth naar Shark Bay
Terug in Australië! Na Victoria, New South Wales en Queensland ben ik nu in de vierde staat van Australië aangekomen, namelijk West-Australië. West-Australië is de grootste staat van Australië. De hele staat doorkruisen is vergelijkbaar met van Lissabon naar het noordelijkste punt van Noorwegen rijden (ongeveer 5200 kilometer). In drie weken hebben wij in een camper een roadtrip door een deel van West-Australië gedaan. Die roadtrip begon in Perth. Benieuwd naar wat we tijdens het eerste deel van de roadtrip gedaan hebben? Lees hieronder verder.
Osaka naar Perth
Mijn aankomst in Perth was nog al een gedoe. Tijdens mijn reis van Osaka naar Perth had ik namelijk een overstap van zestien uur in Singapore. Dat is natuurlijk al niet ideaal. Vlak voordat mijn vlucht zou gaan boarden, werd ons medegedeeld dat we van gate moesten wisselen. Dit was omdat er technische problemen waren met ons vliegtuig en we dus met een ander vliegtuig gingen. Een uur later konden we eindelijk het nieuwe vliegtuig in. Eenmaal in het vliegtuig werd ons verteld dat er ook met dit vliegtuig technische problemen waren. Het vliegtuig moest nagekeken worden en we mochten het vliegtuig niet uit. Uiteindelijk heeft het nog vier uur geduurd voordat we eindelijk richting Perth vertrokken.
Perth
Vijf uur later dan de bedoeling was, kwam ik aan in Perth. Hier ben ik nog een paar dagen in een hostel verblijven voordat mijn ouders en Jarno ook naar Perth kwamen. Het drukke programma van Japan, de extreme verandering in temperatuur en een paar heftige reisdagen waren er toch wel flink ingehakt, dus de dagen dat ik nog alleen was in Perth, heb ik niets anders gedaan dan slapen en series kijken (en het halve hostel wakker gehouden met mijn gehoest). Na een paar dagen in het hostel checkte ik in in het hotel, waar ik nog tijd had om mijn hele tas over hoop te gooien, voordat Jarno en mijn ouders midden in de nacht aankwamen. De volgende 3,5 week hebben we met z’n vieren van Perth naar Karijini en terug gereden.
De eerste paar dagen spendeerden we in Perth om even bij te komen van de reis en alle praktische dingen, zoals een simkaart, te regelen. Sommige plekken die we gaan bezoeken in West-Australië zijn nog al afgelegen, waardoor het extra belangrijk was dat alle praktische dingen goed geregeld waren. Perth zelf is niet zo’n interessante stad. Het is een grijze stad met vrijwel geen bijzonder bezienswaardigheden. We zijn een stuk langs de haven gewandeld en zijn door de botanische tuinen gelopen. Het weer zat helaas niet echt mee met vooral veel bewolking en regen. Verder zijn we nog uiteten geweest voor mijn vaders verjaardag, waar Jarno en mijn vader kangoeroe gegeten hebben.



Rottnest Island
Het begin van de dag
Op een half uurtje varen van Perth ligt Rottnest Island. Dit eiland staat bekend om zijn mooie stranden en het is dé plek in West-Australië om quokka’s te spotten. Opnieuw hadden we geen geluk met het weer. Het begon al met een heftige boottocht naar het eiland. De golven waren hoog en je kon met moeite blijven zitten. Nadat we heelhuids aangekomen waren op het eiland, haalden we de fietsen op die we gehuurd hadden. Eerst gingen we even rustig koffie drinken om bij te komen van de boottrip. Rustig was het uiteindelijk niet, want het plein waar alle horeca zat, zat vol met quokka’s, agressieve vogels en het begon ook nog eens te regenen. Eén positief ding: we hebben in ieder geval quokka’s gezien. Dat was een doel van de dag alvast behaald.



De fietstocht
Nadat we onze koffie op hadden, begonnen we aan de fietstocht rond het eiland. Het was even wennen om aan de linkerkant van de weg te fietsen, maar dat was alvast een goede oefening voor als we straks met de camper aan de linkerkant van de weg moesten rijden. Het eerste deel van de fietstocht was goed te doen. Alle stopplekken waren ontzettend mooi en de zon scheen volop. De dag leek toch nog beter te worden.






Dat was iets te vroeg gejuicht. Toen we bij de vuurtoren, en het hoogste punt van het eiland aangekomen waren, begon het keihard te regenen en te stormen. Gelukkig konden we schuilen in de vuurtoren en weer doorfietsen toen we dachten dat de storm was gaan liggen. Ongeveer vijf minuten nadat we weer waren gaan fietsen, bleek de storm toch nog niet te zijn gaan liggen. We besloten maar gewoon door te fietsen. De tweede helft van de fietstocht had een stuk minder stops en we wilden alleen maar zo snel mogelijk weer terug naar de haven. Compleet doorweekt kwamen we daar uiteindelijk aan en de boot terug was net zo heftig als de heenweg.




Ondanks alle regen en tegenslagen was het toch een geslaagde dag. Rottnest island is ontzettend mooi en het was leuk om quokka’s in het echt gezien te hebben. Ik wil nog wel eens terug naar Rottnest island als het weer iets beter is. Het schijnt namelijk ook een goede plek te zijn om te gaan snorkelen.



Het begin van de roadtrip
De camper
Vandaag begonnen we echt aan de West-Australië roadtrip. We haalden de camper op, wat niet zonder problemen ging. Er waren namelijk problemen met de camper, waardoor we moesten wachten totdat deze opgelost waren voordat we konden gaan rijden. Dat duurde wel even, maar uiteindelijk was de camper toch in orde en konden we, iets later dan gepland, toch op pad. De komende paar weken is deze camper ons thuis. We hebben een keukentje, een eettafel, wat opbergruimte en we slapen in een tweepersoons stapelbed. Zie hieronder wat foto’s van de camper. Het is wel krap allemaal, maar je moet er iets voor over hebben.



Nationaal park Yanchep
Door al het gedoe met het ophalen van de camper liepen we flink achter op schema. Onze eerste stop was nationaal park Yanchep. We gingen hierheen om koala’s te spotten. Dit is een van de weinige plekken in West-Australië waar je koala’s kunt zien en eigenlijk komen ze ook hier oorspronkelijk niet voor. De kolonie koala’s is daar in 1938 geplaatst en nooit meer weggegaan. Daarom kun je ze daar nog wel zien. We hebben inderdaad een paar koala’s gezien, maar dat waren niet de enige dieren die we gezien hebben. We hebben namelijk ook meteen een paar kangoeroes gezien. En dat allemaal tijdens de eerste stop van de roadtrip.


Lancelin
Na Yanchep reden we door naar Lancelin. In Lancelin zijn duinen waar je vanaf kunt sandboarden. We hadden de borden van tevoren gereserveerd en haalden deze bij de ingang op. Vanaf de parkeerplaats was het een stukje lopen naar de duinen. Toen we eenmaal bij de duinen waren, kon het sandboarden beginnen. Je kunt op het board gaan zitten of je kunt proberen te blijven staan. Hieronder wat foto’s van het sandboarden. Ik had er eigenlijk wat meer van verwacht, maar het was wel leuk om gedaan te hebben.

Nationaal park The Pinnacles
Onze laatste stop van de dag was nog een nationaal park, namelijk The Pinnacles. Ik had gelezen dat dit een must see is in West-Australië. Het is een woestijn met allemaal puntige stenen. Dat klinkt niet als iets dat je op een dagelijkse basis ziet. Er is hier een route uitgezet die je kunt rijden en onderweg kun je stoppen om foto’s te maken. Het was al best laat tegen de tijd dat wij bij The Pinnacles aankwamen, dus wij hebben dit best wel gehaast gedaan. We hebben het rondje gereden en zijn één keer gestopt om wat foto’s te maken. Na onze eerste fotostop begon het te regenen en het begon ook al donker te worden. We besloten toen maar gewoon het rondje af te maken en zo snel mogelijk naar de camping te rijden.

Het wordt in Australië afgeraden om tijdens schemering en in het donker te rijden, omdat dieren, vooral kangoeroes en wallabies, tijdens deze tijd van de dag het meest actief zijn en veel ongelukken veroorzaken. Het niet in het donker rijden ging bij ons op dag 1 dus al mis. We overnachtten in Cervantes en het laatste stuk naar de camping moesten we in het donker rijden. Gelukkig ging dit allemaal goed en hebben we geen dieren aangereden.
Nationaal park Kalbarri
De kust
Vanaf Cervantes zetten we de roadtrip voort richting Kalbarri. We hadden maar één stop onderweg. Dit was Hutt Lagoon, een roze meer. De kleur van het meer is niet altijd hetzelfde en hangt onder andere af van de hoeveelheid algen in het water en de stand van de zon. Het meer was gelukkig wel roze toen wij er waren, maar niet zo felroze als je soms op foto’s ziet. Nadat we even pauze hadden gehouden en heel veel foto’s gemaakt hadden, reden we verder richting Kalbarri.



Nationaal park Kalbarri bestaat uit twee delen: een kustdeel met allemaal kliffen en uitzichtpunten over de zee, en een binnenlands deel met kloven en uitzichtpunten over de natuur in het binnenland. We hadden twee dagen de tijd om het nationaal park te ontdekken. Op dag één hebben we het kustgedeelte gedaan en op dag twee het binnenland. Er zijn ongeveer tien uitzichtpunten over het kustgedeelte van Kalbarri national park. Wij hebben er hiervan een aantal bezocht en hebben ook nog een korte wandeling naar een strand gedaan. Dit was een goede voorbereiding op wat er ons tijdens de wandeling van de volgende dag stond te wachten. ’s Avonds pakten we nog een mooie zonsondergang mee vanaf de camping.






Het binnenland
De volgende dag hadden we de hele dag om het andere gedeelte van het nationale park te ontdekken. We begonnen met een wandeling door een kloof. De wandeling begon vrij rustig, maar al snel moesten we over allemaal rotsen en ladders klimmen. Na een uurtje klimmen kwamen we bij een rivier, het einde van de wandeling, waar je even kon afkoelen. Dat was mij iets te koud, maar we hebben wel even uitgerust in de zon. Daarna was het tijd om dezelfde weg weer terug te lopen/klimmen. Ook dat duurde ongeveer een uur. Het was een uitdagende, maar leuke en heel mooie wandeling.




Eigenlijk hadden we nog een tweede wandeling op het programma staan, maar we vonden een zo’n wandeling toch wel genoeg. De rest van de dag bestond voornamelijk uit uitzichtpunten bezoeken. Ook zijn we nog naar ‘nature’s window’ geweest. Die kun je op de middelste foto hieronder zien. Het landschap dat we hier gezien hebben is precies wat ik me had voorgesteld bij het landschap in West-Australië.



Shark Bay
Stranden & Denham
Na twee dagen in Kalbarri National Park te zijn geweest, was het tijd om door te reizen. Onze volgende stop was Shark Bay. Onderweg naar Shark Bay stopten we bij Shell Beach. Dit is precies wat de naam doet vermoeden: een strand met schelpen in plaats van zand. De schelpen zijn spierwit en het water helderblauw, wat het een goede fotostop maakt. Dit strand in zelfs uitgeroepen tot een van de mooiste stranden in West-Australië.



Na hier wat rondgelopen te hebben reden we verder richting onze volgende camping. We stopten onderweg nog bij Whalebone Beach. Dit is een uitzichtpunt op een heel mooi strand. Van dat strand hebben wij door het hoge water niet zoveel kunnen zien (zie foto 1 hieronder). Ook stopten we nog bij Eagle Bluff. Hier kun je een korte wandeling doen met uitzicht op de oceaan. Het water is hier helder en ondiep, waardoor je goed kunt zien wat er in het water zwemt. Ook is dit een populaire plaats om adelaars te spotten, vandaar de naam Eagle Bluff. Helaas hebben wij hier niets in het water gezien en ook geen adelaars gespot, maar het was wel een mooie plek.



Dit waren de laatste twee stops voordat we bij de camping aankwamen. We verbleven op een camping in Denham, een dorpje op het Shark Bay schiereiland. Het dorp zelf is niet zo bijzonder. Je komt hier toch meer om de dingen in de omgeving te zien. Wat wel bijzonder is, is dat er wilde emoes rondlopen in het dorp. Ik had eerlijk gezegd zelf niet verwacht dat we deze zouden zien. Niets bleek minder waar: op de terugweg van een rondje door het dorp lopen, stonden we ineens op een meter afstand van een wilde emoe.



Nationaal park Francois Peron
Behalve de stranden zijn er twee dingen waarvoor mensen naar Shark Bay komen: nationaal park Francois Peron en de wilde dolfijnen in Monkey Mia. Onze tweede dag in Shark Bay besteedden we in nationaal park Francois Peron. Je kunt dit park alleen met een 4WD in. Dit hadden wij met onze camper natuurlijk niet, dus hebben we een tour gedaan naar dit park.






Francois Peron staat bekend om het felrode zand in het park dat afsteekt tegen het helder blauwe water. Het is er ontzettend mooi en ongerept. Dat is eigenlijk wel een goede omschrijving voor alles wat ik van West-Australië gezien heb, maar Francois Peron was hier extreem in. We zijn naar een paar prachtige stranden geweest, hebben even gezwommen in ijskoud water en hebben nog een korte wandeling door het park gedaan. We hebben zelfs nog dolfijnen gezien! Ik vind Francois Peron nog steeds een van de mooiste plekken waar ik ooit geweest ben.



Monkey Mia
Voordat we de volgende dag doorreden naar onze volgende bestemming stopten we nog in Monkey Mia. Dit zou een van de beste plekken moeten zijn om wilde dolfijnen te zien in West-Australië. De dolfijnen worden hier gevoerd als ze zelf niet genoeg eten kunnen vinden. Dat wordt gedaan om de dolfijnenpopulatie in dit gebied niet te laten uitsterven. Er is geen garantie dat je de dolfijnen ziet of de dolfijnen gevoerd ziet worden, maar de kans is wel groot. Helaas hadden wij niet veel geluk. We hebben wel een dolfijn van heel dichtbij gezien (zie video hieronder), maar er waren geen dolfijnen die eten kwamen halen toen wij er waren. Jammer!

Na Monkey Mia hadden we een lange reisdag voor de boeg. We overnachtten in Carnarvon, een plaats waar echt niets te doen is behalve boodschappen, voordat we de volgende dag doorreden naar onze volgende interessante bestemming, waarover je meer kunt lezen in de volgende blog.



2 reacties
Pap en Mam
Nu we de foto’s zien komt het allemaal weer terug, het was een fantastische reis met zijn vieren.
benieuwd naar het vervolg.
Liefs Pap en Mam
Linda
Hoi Ilse,
Al flink wat verhalen gehoord, maar met beeld erbij gaat het echt leven.
Mooi hoor!
Groet
linda