88 dagen: werken in de Australische outback
Vanaf Melbourne vloog ik naar Townsville, waar ik samen met iemand anders werd opgehaald door de manager van het roadhouse waar ik ging werken. Vanaf Townsville was het zo’n tweeënhalf uur rijden naar Greenvale, het dorpje waar het roadhouse is. Hier heb ik vervolgens vier maanden lang gewerkt om mijn 88 dagen te doen. Over de hele ervaring van het werken in de Australische outback kun je hieronder meer lezen.
Greenvale
Greenvale is een klein dorpje in het noorden van Queensland. Het is ooit gecreëerd om mijnwerkers en hun families te kunnen huisvesten. De mijn is inmiddels gesloten, maar het dorpje is er nog. Het heeft minder dan tweehonderd inwoners en de meeste inwoners zijn gepensioneerden. Er is een school, een postkantoor, een buurtcentrum, een zwembad (dat twee uur per dag open is), een pub/hotel en een roadhouse. De dichtstbijzijnde grote supermarkt is in Charters Towers, wat zo’n twee uur rijden is. Dan is Obdam ineens toch niet meer zo’n klein dorp in de middle of nowhere.
Gek genoeg is Greenvale, en dan voornamelijk de pub, wel bekend in Australië. Het komt namelijk voor in een bekend Australisch nummer. Voor de geïnteresseerden: https://www.youtube.com/watch?v=8KWPg6My594. De pub in Greenvale heet nog steeds het Three Rivers Hotel, maar het is niet dezelfde pub is als waar het liedje over gaat. Toen de pub, die er nu staat, werd geopend hebben ze de naam overgenomen van het liedje.
Behalve de pub is er echt niets te doen in Greenvale. Er is geen openbaar vervoer, dus zonder auto kom je ook nergens. Heel erg vond ik dat eigenlijk niet. Het is best een hectische tijd geweest, dus ik vond de rust wel even prima. Ik had mijn eigen kamer in een gedeeld huis met de mensen met wie ik werkte. Het is allemaal een beetje vervallen, maar alles werkt en er is airco, dus ik had niets te klagen.



De 88 dagen
Dat ik zo in de middle of nowhere ging werken had twee redenen. Omdat er niets te doen was, had ik ook vrijwel geen uitgaven, waardoor ik weer even kon sparen. Het helpt ook dat de lonen in Australië een stuk hoger liggen dan in Nederland. Daarnaast was ik hier om mijn zogenaamde 88 dagen te doen. Dit is een van de eisen om een tweede working holiday visum aan te kunnen vragen en houdt in dat ik 88 dagen full-time moet werken op een boerderij of in de horeca in regionaal gebied. Over hoe je de 88 dagen precies moet tellen, is nog al wat onduidelijkheid. Daarom heb ik ervoor gekozen om het zekere voor het onzekere te nemen en iets langer te blijven dan misschien nodig is, maar dan weet ik in ieder geval zeker dat ik genoeg dagen heb gedaan.
Ik werkte in een roadhouse, wat een soort combinatie is van een tankstation, restaurant en een winkel. Dit valt onder horeca en is in een geldig postcodegebied en telt gelukkig dus voor mijn 88 dagen.



Werken in de outback
Het werken in de outback is een bijzondere ervaring. Je ziet hier een heel ander Australië dan in de toeristische gebieden. Kangoeroes lopen overal en nergens, de deur van ons huis kan niet op slot, mensen lopen overal op blote voeten, enzovoort. Er is een kleine community die hier woont en er zijn zo’n zes backpackers. Vier werken in het roadhouse en twee in de pub.
Daarnaast zijn er zogenaamde FIFO werkers. Dat zijn mensen die hier voor twee weken werken en dan voor zo’n tien dagen terug naar huis gaan. Dat is een veelvoorkomend ding in Australië, omdat ze niet genoeg personeel kunnen vinden dat dicht genoeg in de buurt woont of permanent in een afgelegen gebied wil wonen. Deze FIFO werkers komen vanuit heel Australië en worden iedere twee weken ingevlogen (FIFO = Fly In, Fly Out). Dat is iets wat je in Nederland natuurlijk niet bestaat, dus ik vond dit maar een gek principe. Na een maand kende ik de meeste locals wel en iedereen is eigenlijk ontzettend aardig. Ze waarderen het heel erg dat wij in het roadhouse werkten, omdat het zonder backpackers niet open kan blijven.



Collega’s
Omdat er eigenlijk alleen maar backpackers in het roadhouse werken, is het verloop van het personeel erg hoog. Ik heb in de vier maanden dat ik daar gewerkt heb met 13 verschillende mensen gewerkt. Toen ik begon, werkte ik met twee Vietnamese meiden en een Ests meisje (met wie ik tegelijk begon). Daarnaast werkte de dochter van mijn manager soms wat dagen mee. Het Estse meisje ging na een week alweer weg en in plaats van haar kwamen twee Duitse meiden. Nadat beide Vietnamese meiden en de Duitse meiden weg waren, kwamen er twee andere Duitse meiden en werkte ik ook met een aantal locals. Ook de manager was alweer weg voordat ik weg ging. Behalve de manager was iedereen leuk om mee te werken. Dat maakte wonen en werken in zo’n rustig dorp een stuk verdraaglijker.
Soms werkte de eigenaar van het roadhouse ook met ons mee. Ze is nog al een opvallende persoonlijkheid. Het is een 70-jarige vrouw die al 35 jaar eigenaar is van dit roadhouse en nu de hele dag rondrijdt op een grasmaaier. Ze heeft de hele eerste maand amper een woord tegen me gezegd en van de ene op de andere dag was ze ineens heel aardig tegen me. Voor mij een positieve verandering, maar het creëert wel een gekke sfeer op het werk. De manager was een moeilijke man om mee te werken. Alles moest precies op zijn manier en er was geen ruimte voor discussie. Ik was dus ook blij toen hij uiteindelijk wegging.

Werken in een roadhouse
Het werk zelf is niet heel bijzonder, maar het is wel fijn dat we het hele roadhouse eigenlijk zelf runnen en je niet constant in de gaten gehouden wordt. Ik denk dat dit een van de betere opties is om je 88 dagen te doen. Boerderijwerk is zwaar, wordt slecht betaald en heeft veel onzekerheid qua uren. De meeste horeca is ’s avonds/’s nachts en je moet dealen met dronken Australiërs. Dat is ook niet ideaal, aangezien je wat dat betreft duidelijk kunt merken dat Australië ooit deel was het Verenigd Koninkrijk. Ze zijn namelijk net zo vervelend en kennen ook echt hun grenzen niet. Al dit heb ik eigenlijk kunnen vermijden door in een roadhouse te werken.



In het begin was het wel een beetje alsof ik de taal niet sprak. De meeste mensen hadden een mega sterk Australisch accent, dus dat was moeilijk te verstaan. Ook gebruikten ze net andere woorden dan in het Brits of Amerikaans Engels. Uiteindelijk ging dat wel een stuk beter en hadden mijn collega’s me zelfs benoemd tot vertaler, waardoor ik er iedere keer bij geroepen werd als zij iemand niet konden verstaan. Het was wel grappig om te zien dat alle backpackers hetzelfde probleem hadden.
Behalve werken heb ik de afgelopen vier maanden eigenlijk niets gedaan. Ik ben een paar keer naar de pub geweest in het dorp. Dat was een bijzonder ervaring, maar niet per se wekelijks voor herhaling vatbaar. Wel was het altijd even gezellig om met de andere backpackers te praten.



What’s next?
Na vier maanden was het eindelijk tijd om Greenvale te verlaten. Ik ben nog een paar dagen in Townsville voordat ik terugvlieg naar Melbourne. Daarna ben ik nog 10 dagen in Melbourne, onder andere voor de Formule 1. Na Melbourne is het tijd voor een bijzondere stop, maar daarover in een volgende blog meer.



Eén reactie
Linda
Hoi Ilse,
Wat een leegte, wat een weidsheid, wat een stilte, wat een rust, wat een bijzondere ervaring. Mooi om te lezen.
Groet
Linda